Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TroS DE DOOD VAN RÓLLA.

weg is de wraak. Wie anders gevoelt, dien be« ■ treur ik; wie anders handelt, dien veracht ik

pizarro. (befchouwt haar [pottende ett i lachgende Na eene korte • tusfchenpoozing.) Gy zyt een Vrouw! (Hy gaat heen!)

N E G Ê N D E T O 0 N E E L.

elvira (alleen.)

Een vrouw? — dat weet gy en fiddert niet? — gy weet, dat ik even fterk haat als ik bemin, en i gy fiddert niet ? — Welaan, gy ! wien niet de I ftryd der elementen, niet de woede van den vyand verfchrikte, uw verderf wordt u door een vrouw gezwooren!— —Alonzo zal leeven! — en ik hem bemin. . jien— niet om dat bevalligheid en jeugd zyn gelaat een frisfcher blos verleenden —• neen! omdat de afgod, dien ik in Pizarro eerde, flechts een ge- • brekkig broddslwerk was, omdat dat gene, 't welk in de verte een marmeren tempel geleek, flechts een overpleisterde poppenkraam was! — Ha, Pizarro! tot nog toe had ik het u vergeeven, wan- • neer gy om een troons wille flechts trouwloos ge- ■ handeld had, maar gy handelt eerloos— en Elvira I is voor u verlooren! (Zy gaat heen.)

Einde van het derde Bedryf,

VIER- •

Sluiten