Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3* II E T. M E. I S J I

die kusch rnyn gaatfche geitel in een ftormend oproer gebragt?

Eduard-, (heeft zich intmfchen ■ 'aan' den

eencn kant geplaatst, en begint

te fpeelefl.)

De Czaar, (plaatst zich, als hy hem befchouwt , hier tegen over , en hoon opmerkfaam toe.) '

C z a a «.

Bravo, jongen, bravo i Wien inoet dat

gelden?

Eduard, ( den Czaar naderen Je,x Ons beiden , Mynheer!

- C z a ;a r.

Hoe zo?

Eduard. U, Mynheer, om u een weinig'te ve'rrriaaken.my, om u een klein gefchenk uit de zak te lokken. Czaar.

Daar, neem dat!

■ Eduard, Ik bedank u hartely.k! Waarachtig, Myn¬

heer, gy hebt fchoon in de zak getast.

Czaar, ( hem nauwkeurig befchnuwendc,) Foei, het is jammer van u, van zulk een aartigen, welgefpierden, knappen jongen: Eduard. Hoe meent gy dat, Mynheer?

C Z A AI.

Sluiten