Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5* Hrt Meisje

Gluck-.

Buiten aan de hofpoort; daar wacht hy tusfchen vrees en hoop.

Czaar, (fihelt. Tegen den Bent fchik.) De jongeling, die buiten aan de hofpoort met zyn viool ftaat, moet hier komen. (De pentfchik gaat heen.)

Gluck, (na eene korte tusfehenpoozing in verrukking losbarstende..) Ja, zo heb ik hem my voorgefteld ! Zo was het beeld, dat ik van Czaar Peter in myn ziel ontworpen heb 1 Zo geheel en al heb ik hem gevonden !

Czaar.

Ik ben blyde , als eerlyke lieden wel van my denken. Gy zyt van verre gekomen. Zeg my oprecht, wat zegt men wel zo onder het volk van my?

Gluck.

Dat is verfchillend, zyn Majefteit! — De goeden fpreel<en alles goeds van u , verheffen u tot

boven de ftarren. Maar de minder goeden

en dan nog de kwalykgezinden. . . .

Czaar.

Als die met my in hun fchik waren, dan , goede Frederik, zag het 'er erg uit met de goede zaak. Maar ook de goeden zullen nog al het een en ander omtrent my te zeggen hebben.

Gluck.

Sluiten