Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 Het Meisje

niet vergeeten, dat het een lichtfchuuwende dwee-

pery-j -r- dat het een verouderde barbaarsheid,

dat het een bloedige, nimmer verzadigde zucht van onderdrukking was, met welke gy te kampen had i dat het niet gemaklyk viel een barbaarsch volk 'van het flaafïche juk der woestheid en bygeloof tot de gehoorzaamheid aan wyze wetten weder terug te brengen.

C z A A E.

Volksleeraar te zyn is een eerwaardige post. Oude Frederik, gy zyt uw post wel waardig!

ZEVENDE TOONEEL.

De vooiugen. Eduard.

Eduard , (eenigzins bevreesd.') Uw Majefteit!

Czaar.

Zie daar myn jonge violonist! — Nu kom nader — van nu af aan zy het vrede onder ons: Ten teeken biervan verzoek' ik u nog een aartig teder ftukje te fpeelen. (Eduard wil 'térfiand bei gtnHtn) Neen , neen Nu niet! (Tegen beiden')

Gaat intusfehen in de kamer! Als ik het

teeken geef, moet gy beginnen, maar niereerder! (Gluck en Eduard gaan in hes zy-vertrek. De Czaar fchelt. Tegen den Dentfchik. -Geef den Vreemdelingen daar — wyn en koude koeken! (De Dentfchik gaai heen, de Czaar alleenj Hóe zonderling

voegt

Sluiten