Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 3 >

tijd tot tijd denk te doen, nog ongelijk meer aanleiding tot vragen geven zullen ? De eene vraag leidt toch zoo natuurlijk tot eene andere, even als in een lopend vuurtjen het ééne korreltjen kruid het ander aanftcekt!

Nu kon ik wel al die vragers en vragen aan hunne plaats laten, en hen meteen praatjen afzetten, of wel, zonder ééns op hen te letten, met groote deftigheid mijne vragen

■beginnen! Doch in mij zeiven gaande, rees ter-

ftond de vraag in my op: „ IJoe zeer ook veele Schrijvers van die verwaandheid niet vrij te fpreken zijn, past het echter een behoorlyk opgevoed man wel , om zoo maar met de deur in het huis te vallen, en zich aan een fatzoenlijk gezelfchap op te dringen , zonder zich te laten aandienen? Behoort een fchrijver, die in het publiek verfchijnt, niet accès te vragen, en met weinige woorden te kennen te geven, wat man hij omtrent is, en welke oogmerken en inzichten hij heeft? even als een deugdzaam jongeling doet, die een eerbaar meisjen ten huwelijk wil pretenderen ? Was het dan ook niet voegzaam ; dat ik, die geern den naam zou hebben van een' fatzoenlijk fchrijver , vooraf aan het Publiek eenige opening gaf, wat ik eigenlijk voornemens ben, en wat den Inhoud van dit nieuw Blad zal uitmaaken ?

Ik vond dit, naar mijn inzien, zoo redelijk, zoo betaamlijk, zoo noodzaaklijk, dat ik geen verder vragen in dit opzicht nodig had te doen.

Wie ik al of niet ben, zal ik juist niet behoeven te zeggen. Myn Lezer zou 'er immers niets by winnen ? Of hebben de ouden geen gezond verftand gebruikt, toen zy die fpreuk ons nalieten: non quisf Jed quid3 Zie niet, wie? maar wat iemand zegt? Dit alleen moet ik den Lezer noodzaaklijk berichten, want hier zit de knoop, die, wel losgemaakt zijnde, mijn geheele plan aan den Lezer» die mij de eere zal willen aandoen, van mijne vragen te hooren, zal ontvouwen. A 2 In

Sluiten