Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 23 >

Het is mij menigmalen voorgekomen, dat wij de waarheid vlak voor ons hebben, en dat wij haar gemaklijk kunnen ontdekken , maar wij willen ze altijd verre weg zoeken; indien wij te vrede waren, met het geen wij zeker en natuurlijk weten waarheid te zijn , zou zij ons dan niet verzeilen , die Dochter des Hemels , die Leidsvrouw tot ons geluk? Indien wij sokrates volgden, en met behoorlijke kennis van ons zeiven dachten: quae fupra nos, nihil ad nos, en niets meer wilden weten, dan het geen wij weten konden, zou het niet beter met de waarheid gefield zijn ? Heeft in de daad de goede God niet twee boeken aan den mensch gegeven, om de waarheid aan hun bekend te maaken, het boek der Natuur en het boek der Schriftuur ? Indien wij in beiden lazen met onze eigene oogen, zonder groene, of roode ofgeele brillen te gebruiken , en ons bepaalden tot het geen eigenlijk voor ons gefchikt is, en elk niet verder gingen noch gaan wilden, dan ons gezicht reikt, maar ook met ons gezicht naauwkeurig toekeeken, en van onze vermogens een behoorlijk gebruik maakten, dan vraag ik: zouden wij ons dan niet dikwijls met blijdfchap verwonderen, dat wij de vraag: wat is waarheid?[ten minften in zoo verre zij tot ons wezenlijk en beftendig geluk dienstig is, en ftrekken kan, zoo gemaklijk voor ons zeiven beantwoorden kunnen? Is het met de waarheid niet gelegen, gelijk mos es reeds fchreef, en paulus zijne woorden aanhaalt: „ Zegt niet „ in uw harte , wie zal in den Hemel opklimmen ?... of wie zal in den afgrond nederdaalcn ?... maar wat zegt „ zij ? Nabij u is het woord; in uw mond en in uw „ hart!" Simplex ftgillum veri.

De begraven waarheid. Het is alleen God, die de dooden opwekt; ten ware dan, dat hij mooglijk aan éénen van zijne lievelingen , die Hemelfche gave verleende. Wij doen wel, afgefiorvenHeiligen, ten minften in het graf, te eeren.en hunne gedenktekens onder ons te bewaaren.

Zoo kwam men onlangs aan de grafplaats van eene zeer beroemde, volgends het zeggen, zeer verdienftelijke perfoon, de waarheid. Alle kentekenen waren hier; hier lag zij; en dus groef men naar haar met eene groote begeerte, met onvermoeiden vlijt. Men vondt haar eindelijk. Geen opfchrift , geen gedenkteken op de brokken yan haaren verbrijzelden zerk , behalven deze weinige woorden, die men met moeite las j Op mijnen tijd."

Haar

Sluiten