Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 24 >

Haar lighaam was ontfteld , verminkt, met ontui'g bedekt Geene fpeeerijën , geen balfcm was om hetzelve ' te vinden , maar ontuig , waar in het tot vei achting begraven was , en het hadt moeite in , om dit van het heilige iehoonelijk weg te brengen. En ziet, eindelijk vondt men onder het hoofd van dezelve eene koperen tafel, met dit opfchrift:

Ik, de Waarheid, Gods dochter, der menfehen vriendin, Door zatans list, en bedrog der wereld. Door de weekheid van het vleesch en dwins.la.ndlj, Door de traagheid der Priesters , de boosheid der wercldwijzen,

De ligtzinnigheid van het vernuft, de dwaasheid der

geleerden, en des volks (lijf hoofdigheid, Leg ik hier verflagen, met vuiligheid bedekt, Gij nakomelingfchap vaar wel!

Na honderd jaaren. Zie ik de zon weder l

Hoe verfchrikte, hoe verheugde men zich , toen men dit graffchrift vondt. Men fcholdt den vorigen tijd, men prees de gelukkige nakomelingfchap. Voor de waarheid werdt een marmeren gedenkzuil opgerecht; men ftrooide fpeeerijën om- en over baar heen, men offerde haar kransjens, en eindelijk werdt 'er dit graffchrift bijgevoegd:

Hadden wij Ten tijde van onze vaderen geleefd; Wij zouden met hun geen deel hebben Aan liet bloed der vermoorde waarheid.

Matth. XXIII. 30. Grafteken en graffchrift vielen fchoon in het oog; maar de waarheid ontwaakte 'er niet van. Men zegt, dat zij nog flaapt in het opgefierde marmeren graf, en vertoeft, tot dat haar tijd komt. Is dit een verdichtzel?

Te AMSTERDAM, by A. BORCHERS en J. WEEGE. En alom bij de meeste Boekverkopers, daar dezelve weekelijks a een en een halve ftuiver word uitgegeven.

Sluiten