Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

V R A A G A L.

(No. 50

Ei, is dat vrijheid?

^Wij hebben in ons voorgaande Nommer, zoo eventjens bet gordijntjes opgeligt, om eens in het geheim kabinet van het menschlijk hart te loeren, maar, wat hebben wij gevonden ? Wat fcheen ons de mensch toe te wezen ? Weet iemand 'er eene betere gelijkenis op dan die van de zee? ja recht! de mensch is gelijk de zee! ongefiadig en veranderlijk als dat element: dan fpiegelglad, vriendelijk toelagchende, ftaatelijk en majestieusch, en dan alles hol over bol door malkanderen geflingerd, gezweept door loejende en tegen eikanderen woelende ftormwinden, die de baaren zoo den hemel doen beftormen, even als van die oude Reuzen verteld wordt, die het op j o pite r geladen hadden,en ze zoo weder doen wegzinken in een peillozen afgrond. Is de mensch, dezelfde mensch hier niet volmaakt aan gelijk, aan een voortgedreven zee, die niet rusten kan ? gelijk al voor een paar duizend jaaren zeker dichter zong?

En, als wij nu het gordijntjen nog wat meer opfchuiveu, en wat naauwer toekijken, zullen wij het wel beter vinden? Ik wil 'er ééns een proef van nemen. Zijn onder alle voorwerpen, daar de menfehen veel mede ophebben, de vrijheid en de godsdienst niet de voorE tref-

Sluiten