Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< .53 >

van den Curfus Academicus wegnamen, ik hoor mijn Heer daar van niet gewaagen; mijn Heer fchijnt, ei en als de ezel van PLATo.den konden weg gekozen,er rechttoe recht aan gegaan te hebben?

EtiGENio vraagde mij, wat ik dan verdond door Studia Propicdentica'- .

Weet een Student niet, wat Studia propaèdeütica zij ? Men rekende in de eenvouwigheid van die tijden daar al vrij veel onder. Bij vóbrbeel ; fchoon men van de Latijnfche fchoolen komende, Latijn en Grieksch geoordeeld werdt geleerd te hebben, echter werdt de fchoonheid, de waarc genie van die taaien en de volmaaking in derzelver kennis nodig gerekend op de Akadcmiën, ten dien einde hieldt men een kollegie over den Latijnfchen dijl, men hieldt ook kollegie over het Grieksch; vervolgends rekende men als noodzaaklijk voor eenen Student, in welke wetenfchap ook, de kennis der gefchiedenisfen, en oudheidkunde, zo der Romeinen als der Grieken, en voor hem die zich op de Godgeleerdheid wilde toeleggen, de kennis der Kerkelijke gefchiedenis, en der Joodfche oudheidkunde , bebalven de Hebreeuwfche taal en andere Oosterfche dialecten, enz. enz

Met neus en mond luisterde eugt.nio toe, terwijl ik dit zeide Maar, mijn Heer! zoo berstte hij eindelijk uit, maar, mijn Heer! Hoe veel noemt gij daar al op» Wie dudeert 'er dan ook juist, om Profesfor te worden/ Ik heb ook, dit was mij in het verfiag, dat ik u van den loop mijner Studiën gaf, door het hoofd gegaan, een jaar Hebreeuwsch en Grieksch gehouden . omdat men daar van thans een tejlimoniüm op de Klasfis diende te verwonen ; ook ken ik van beide zoo veel, dat ik de Kapittels, die mij zijn opgegeven tot het examen, zal kunnen lezen en analijfeeren ; maar wat zou ik met al dien omdag van gefchiedkunde en oudheden uitvoeren? Die komt op den predikdoel niet te pas; een zedekundig vertoog, een werk van fmaak, in eenen fchoonen ftijl, doet immers ongelijk meer dienst, dan alle Oosterfche dialecten, ik denk toch geen Arabisch voor mijne boeren te preeken. Ik kan een Preek opmaaken naar de tegenwoordige manier, en heb geleerd, het één poriwa bij het ander uit den Tekst af te leiden, of wel een' Tekst te verkiezen naar het thema gefchikt, dat ik meen te behandelen.

Ik befpeurde, dat hij dit met min ot meer vuur (prak, en wilde daarom deze fnaar niet verder roeren; alleenlijk hernam ik: gij vraagt -mij, mijn waarde heer; Wie 'er G 3 da*

Sluiten