Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

VRAAGAL.

C No. 10. )

Wat is 'er toch van den Profeet van den Overtoom-

JVÏijne vrouw ziet vrij verre, mijn gezigt bepaalt ziek tot een' engeren kring; wanneer mijne vrouw fommiga voorwerpen van verre onderfcheidt, wil zij mij fomtijds opdringen, dat ik die ook zien moet, is dat verftandig? Kan ik het helpen, dat door de fchuld der gefteldheid van het zintuig mijnes gezigts, de lichtftraalen den gezichtshoek of achter, cf voor, en niet juist op het netvlies van mijn oog brengen? Maat indien ik nu van mijn' kant, mijne vrouw wilde betwisten, dat zij niet zag, het geen zij in de daad ziet, voorwerpen, die wezenlijk gezien worden, mids dat men een goed gezigt heeft, en die ik ook zie, wanneer ik mij van eenig hulpmiddel bedien, zou men mij dan niet zot mogen noemen?

Jaap, mijn boterboer, flaat volftrekt geen acht op de gefteldheid van het weder, maar begint te hooien enz., wanneer het hem gelegen komt, en hij het in zijn hoofd krijgt, of de lucht, de wind, en andere tekens, regen dan of zij droogte beloovcn. Wat een weerglas, een Barometer is, weet de onnoozele vent voiftrekt niet. Wat is het gevolg? Menigmaal is het gras naauwlijks ge]£ maaid;

Sluiten