Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 122 >

Een fpreuk, waar omtrent ik den geachten Brieffchrijver wel zon willen vragen, of hij die in alle gevallen voor Eu&ngeii houdt? Heb ik niet dikwijls.... voor mijn dank gehad? En hebt gij, lezer, dat ook niet wel onderbonden? Aan den anderen kant, wat heb ik al kwaad zien werken, zonder dat de werkers van het kwaad hun loon kreegen? Nu, dit tot daar toe. Ik wil maar zeggen; dewijl ik nooit beloofd heb , de vragen, die gedaan mogten worden, te beantwoorden, maar veel meer mijne vragen doe, op hoop, of de lezer zelf op een antwoord geliefde te denken; zoo kan immers op de bovenftaande vraag van mij geen antwoord gevergd worden?

Evenwel, ik bedank den onbekenden begunftiger van mijn gefchrijf en gevraag, omdat hij mij door zijne vraag aanleiding heeft gegeven, om ééns op den inhoud van dezelve te peinzen, en dit heeft zoo eenige vraagen in mijn bre'n doen oprijzen, die ik hem, in plaats van een antwoord , wel wil mededeelen; gelieft hij die voor een antwoord te houden, ik ben te vrede, en heb' niets te zeggen. Nu ter zaake.

'" De eerfte vraag, die bij mij oprees. bij het ovei weegen der opgegeven vraag, was de volgende: Behoort dat tot het wezenlijke van de opgave van vragen, dat zij onbebepaaid en zoo onzeker zijn, dat de geen, die ze beantwoorden Wil, eerst den zin en meening van de vraag moet gaan beitudeeren, eerjrij om het antwoord denken kan; waardoor het dan wel kan gebeuren, dat zijn antwoord over een geheel ander onderwerp gaat, dan de uitfchrijvers van de pr:jsvraag, naderhand, verklaaren, bun oogmerk en bedoeling geweest te zijn ? ik heb daar van , als ik niet misheb, wel voorbeelden gehoord en ik zou 'er haast in bevestigd worden door de inrichting van de bovenftaande vraag.

Önderftêlt de vraag, dat 'er in de daad Vriendfchap hier of daar in de wereld is ? Moet ik dat daar uit niet op. maaken, omdat men vraagt: „ Wat is Vriendfchap? waar in beftaat de waare Vriendfchap?" Maar non etuis r,ull<s Juut a fftStiones, Uit de Metafijjika, lezer ! daar ik zulk een vriend van ben.

De vraag onderfielt dan, dat Vriendfchap niet is een non ens, maar een ens, dat is, dat zij waarlijk hier of daar beftaat. Doch, is die onderftelling nier war ftouf „ Van de Vriendfchap zegt de één: zij is overal; een ander, zij is nergens; nu komt het 'er maar op aan, wie van betden het flimst gelogen heeft?" zegt mijn vriend as mus.

De

Sluiten