Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 139 >

de oefening gehouden door eenen uit het geflacht der IJver-jaren; ik heb mcermaalen naar die oefeningen geluisterd, en altijd kwam in het gebed deze periode: „ dat toch de Heere zijne fchaapen mogt bewaaren voor zulke herders, die in fchaaps - kleederen wandelen, maar van binnen verfcheurende wolven zijn 1" lk meende toen in mijne eenvouwigheid, dat deze IJveraar zulke predikanten bedoelde, die juist niet van zijn fmaak of ftempel waren, maar zou ik niet gedoold hebben V Zou die man niet toen al een voorgevoel hebben gehad van die gelukkige tijden, daar hillebrand ijveraar om wenscht?

En zou ik dan eene zoo kategorifche vraag, of ik rechtzinnig ben, maar zoo kategorisch beantwoorden? Wel, wie geeft den man recht, om aan mijne rechtzinnigheid te twijfelen? Mij leest immers de vraag-al niet? Hij is zeker bang voor befmetting? Nu zijn 'er niet wel onder de geftudeerde Theologanten, die niets gelezen hebben, of lezen willen, dat zij zich maar verbeelden, een reukjen van ketterij te hebben? Cicero fprak eens van foortgelijke lieden onder de wijsgeeren van zijn tijd; veftra folum Itgitis, veflra amatis, c&teros, cauja incognita, cowdemnatis. Gij leest alleen de fchriften van uwe pattij, gij houdt alleen van fchriften van uwe partij, alle anderen veroordeelt gij onverhoord. WTat zou de man van veele godgeleerden en predikanten zeggen? onze hillebrsnd ijveraar zou zeker weinig aanmerking bij hem verdienen ik geef dan geen antwoord op deze vraag; maar ik moet echter bij deze gelegenheid zoo het één en ander vragen.

Indien ik zeggen zou, of ik rechtzinnig ben, diende ik toch vooraf wel te weten, wat onze IJveraar door rechtzinnigheid verftaat. Wat is Rechtzinnigheid 5 Is eene vraag, niet min ingewikkeld en van verbaazende uitge S 2 ilrekt-

Sluiten