Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*C 148 >

alasco en micron, Leeraars der Nederlandfche Kerken te Londen, Engeland moesten verlaten, begaven zij zich met hunne gemeente naa Denemarken ; die arme vluchtelingen hoopten daar bij Proteftantfche medebroeders veilige fchuilplaats te zullen vinden; maar! de Lutherlcne Leeraars oordeelden, dat zij niet rechtzinnig waren; hunne leere was veroordeeld door de Confesfie van Augsburg. In het midden van den ftrengften winter moesten deze ongelukkige ballingen weder vertrekken, en op levensgevaar in kommer en gebrek in zee (teken , zonder te v eten , waarheen ? Lenigen tijd daar na bevondt micron zich te Hamburg. Hier hadt hij een gefprek met den Deenfchen Theologant westfalus. Deze zocht hem te beduiden, dat de Kalvinisten onrechtzinnig waren, omdat de Saxifche Godgeleerden zulks eenparig verklaard hadden. Micron hernam heel knap, dat, indien de Rechtzinnigheid afhing van de verklaring van Godgeleerden, de Paus fchoon fpel hadt. O hc! zeide westfalus, dat maakt groot onderfcheid, de Saxifche Kerken zijn de waare Kerk van God Maar lu ther zelf, antwoordde micron, heeft ergens gezegd, dat 'er geene gemeenten zijn. oi zij zijn feilbaar. Westfalus, door luthers Rechtzinnigheid in verlegenheid gebracht, wist zich nogthans te redden: luther hadt de Roomfche Kerk in het oog, maar niet de Kerk van je sus. Toen eindelijk micron aandrong, dat de Heilige Schrift alleen de regel van alle Rechtzinnigheid is. kreeg hij geen ander befcheid dan dit: Schoone redening ! Dan zou 'er uit volgen, dat zijne Deenfche Majeftcit, en de geheele Magiftraat van Hamburg grootlijks gedwaald en zich bezondigd hadden, toen zij een befluit reeën u en uwe makkers namen !! Denk maar, dat gij veroordeeld z'jt op den rijksdag te Augsburg! i

Een Schrijver , die ons dit verhaalt, voegt 'er bii: „ De grond van deze Gothifche cplosiing van westfalus is een grondregel, welke bij alle heften in de geheele wereld de overhand heeft. Daar is geen land. waar c.e Geestelijkheid van den heerfchenden Godsdienst 'er niet op uit is, om alle gevoelens, hoe vreemd zij ook zijn van het politieke, indien zij Hechts met hun fiistema flrijden, te doen doorgaan voor Staatsmisdaaden; voornaamhjk wanneer zij moeite hebben om de redenen , daar partij zich van bedient, te kunnen beantwoorden. Het hoofdbewijs, dat alle Kerken, die door de wereldlijke magt onderfteund worden, tegen hunne partijen gebruiken, is overal genoegzaam hetzelfde" Wa{

Sluiten