Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 175 >

neder te flaan en te vestigen. Voornaamlfjk toont hij zich bekommerd wegens den Staatkundigen toeftand van Europa, en vreest, dat die meer dan te veel invloed zal hebben op de geleerdheid. Alle die verwarringen cn verdeeldheden benemen den lust tot de ftudiën, zegt hij, berooven lieden van verdienfte van de hoop en verwachting op belooning, de vreeze der partijen voor eikanderen ftremt de vrijheid van fehrijven en drukken, en legt dus den geest aan banden; Het is, zegt hij, in zulke verwarringen waar, het geen de Grieken zeiden E» ta w 4>?<>,u* jè'thof &i*t of gelijk in de Fabel van Gellert Staat: (aap komt door zijn domheid voort. Op deze en dergelijke wijze redenkavelt mijn vriend prudent ius; kan nu mijn Lezer uit het karakter van deze beide Heeren iet beflisfends opmaaken omtrent de vraag: Wat is Geleerdheid?

Zoo veel weet ik wel, dat de vraag-al niet geleerd is, en daar voor geheel niet begeert gehouden te worden. Hij laat de Geleerdheid over voor de genen, die ze in pacht fchijnen te hebben , en vraagt maar eenvouwig zoo het één, en ander. En handel ik daar in niet voorzigtig, Lezer? dat ik alleen mij tot vraagen bepaal, en de tocpasfing voor den Lezer overlaat? Die veel weet, zegt misfchien veel, en die veel zegt, heeft veel te verantwoorden; en daarom een korte predikatie, een goede predikatie; wat dunkt den Lezer van de Geleerdheid van dien Engelfchen predikant, die over den Tekst predikende, gij dwaas! wanneer zult gij wijs worden? zijn geheele preek dus inrichtte' Waardfte Toehoorers! de Tekst verdeelt zich in twee hoofddeelen: het onderwerp gij dwaas, en dat zijn wij allen, g'j, ik, alle ftervelingen! en het gezegde, in de vraag: wanneer zult gij wijs worden ? dit weet de Hemel! Amen!

Jn zekeren Jrabifchen Schrijver ( in welken? ja lezer! ik kan het u niet zeggen, alzou ik bij zekere bijzondere Omwenteling, van mijn geluk en zegen vrij wat Arabisch verlooren heb, ik verzoek des ongehouden te zijn, deze vraag te beantwoorden.) heb ik ééns de volgende bijzonderheid gelezen, en daar mede zal ik van de vraag: wat is Geleerdheid? afftappen. Al hejai was een man, die zijn volk met wreedheid behandelde, en de burgers onderdrukte; juist om deze wreedheid was hij dan ook in den haat des volks. Op zekeren tijd ontmoette hij eenen Arabier, uit de woestijn, die hem van per-

foon

Sluiten