Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*C 195 >

Hebben de ouden zich niet verbeeld, dat zij al heel wellevend waren, en zouden onze tijdgenooten het niet kwaalijk nemen, als men hun zeide, dat zij in deze deugd bij de ouden te kort fchooten? Zou het ook welleevend zijn, indien men de wereld zoo maar in het gezigt wilde beduiden, dat zij niet wellevend, maar lomp en onbefchaafd ware?

Eindelijk welke klasfe van menfehen bedoelt toch j. wel me en end, bij welke hij de meeste Wellevendheid verwacht, en daar hij zegt, dat men ze het minst bij ontwaar wordt ?

Ondertusfchen heb ik mijne gedachten ééns zoo laten rondzweeven; wel hoe dacht ik, is'er geene Wellevendheid in onze eeuw?

Ik ontmoette onlangs in zeker gezelfchap twee jonge dames, die eikanderen wederzijdsch duizend betuigingen deeden van achting en vriendfchap. Een vriend, die mij verzelde, wist mij te vertellen, dat zij met dit alles elkanderen een doodlijken haat toedroegen, maar voegde hij 'er bij, het is een blijk van Wellevendheid, dat zij. dus, gelijk lieden van rang gewoon zijn, de uiterlijkheden weten te bewaaren. Is dan onze eeuw niet wellevend ?

Is het niet wellevend , wanneer een aanzienlijk man zich met eene nederige buiging bij ons vervoegt: mijn heer ik ben uw ootmoedige dienaar, ik ga morgen op reizc naa... ben ik in flaat, om u daar eenigen dienst te bewijzen, zoo bid ik u mij met uwe orders te honoreeren5 En brengt de Wellevendheid dan ook niet mede, dat gij hem voor die aanbieding allernederigst bedankt? Zo gij hem in de daad een comtnisfie wildet medegeven, zoudt gij niet toonen, dat gij zelf geene Wellevendheid bezit? of zoudt gij den wellevenden Heer, die uw onAa 2 der-

Sluiten