Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< I9<5 >

derdanigfte dienaar is, zoo maar ééns weg en de weet om vijfentwintig guldens te leen vragen? Honderd tegen één, dat de Wellevendheid hem zou doen antwoorden, dat het hem fmert, dat hij u niet gerijven kan, om dat zijn kas niet wel voorzien is; wegens huisvesting van éénen nacht fpijt het hem, dat 'er zijn huis thans niet naar gefchikt is; en raakt het een plaifier-reisjen, dan zal hij u betuigen, dat zijne paarden, tot zijn grootst ongeluk, vernageld zijn. Is 'er dan geene Wellevendheid in onze tijden ?

Valt 'er op de Wellevendheid der oude tijden wel veel te roemen? Was het een welleevend gezegde van kato, als hij een' koning een vleeschvretend dier noemde? Was het wellevend van cicero, dat hij in zijne Orationes Fhilippica de ondeugden van den drieman antonius, bijzonder zijne dronkenfchap, zoo maar met levendige kleuren affchilderde, in navolging van demostiienes, die omtrent filips koning van Macedonien bijna even wellevend geweest was ? Ondertusfchen koste die Wellevendheid deze twee waardige mannen en voorftanders van hun vaderland het leven niet ?

Is het niet een regel van Wellevendheid: de mortuis nil nifi bene, van doode lieden geen kwaad te fpreken? maar wat moeten wij dan van de Wellevendheid denken van jak. ANDREiE smidlinus een godgeleerden van de XVI eeuw, die zijnen ambtgenoot flacius il lyricus na deszelfs dood voor een eigendom des duivels verklaarde , en 'er bij voegde. Ik wil niets met dezen vent te doen hebfceiï; ik geloof, dat hij thans bij alle duivels te gast gaat, zo zij maar t'huis zijn, en zijne makkers en aanhangers, die nog leeven, niet verzeilen? Ei, ei! is onze eeuw niet veel wellevender? Nu zou men 'er of fiet zwijgen toe doen, of men zou heel wellevend in 't

al-

Sluiten