Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 199 >

daat en onbewimpeld de waarheid te zeggen, als luther aan hen rik den VIII. in zijn tijd deedt? Wie weet, of paulus zelf niet wat meer Wellevendheid geoefend, en zich zoo wat naar den gang van het werk gefchikt zou hebben, indien hij in onze verlichte eeuw geleefd, en het voorbeeld onzer geestelijken voor zich gehad hadt? Was het toch wel heel wellevend, den hoogenpriester zoo maar in het aangezigt te zeggen : God zal u fJaan, gij gewittede wand! hoe! zit gij, om mij te oordeelen naar de wet, en beveelt gij mij te flaan tegen alle wet? Was het wellevend, om voor den Stadhouder cn zijne vrouw te gaan preeken van matigheid, rechtvaardigheid en het laatfte oordeel! en daar door den Stadhouder in zijn confcientie te tasten? Was het wellevend, de overheid te noodzaaken, en zoo fterk op zijne voorrechten als burger te ftaan, dat zij zeiven in de gevangenis moesten komen, om 'er hem uit te leiden, en dus zich zeiven en hun gedrag te veröordeelen, als overheden, die te voorbarig geweest waren, en hem onrechtvaardig hadden laten geesfelelen en vastzetten ? Was het wellevend, dat hij, fchoon een gevangen in ketenen, den koning agrippa toewenschte, dat die mogt wezen gelijk hij, uitgezonderd deze banden ? enz. enz. En zou 'er dan nog reden van klagen zijn, over de Wellevendheid der geestelijken ? of zou mijn vriend die klasfe bedoeld hebben ?

Maar misfchien zal hij het graauw en het gemeen van onzen tijd allen aanfpraak op Wellevendheid ontzeggen; doch, ei lieve! hoe komt het gemeen in aanmerking, als van Wellevendheid gefprooken wordt: Vraagt dat aan de Heeren Farifeën, wat zij van het gemeen getuigen ? Het volk, zeggen zij, verftaat de wet niet, offchoon zij het naderhand gebruikten, om door deszelfs oproerig gefchreeuw den Heiland aan het kruis te helpen. Maar was dan het gemeen in oude tijden wellevender? Hoe was het gemeen in Rome ? in Atheenen ? in de tijden der Hoekfchen en Kabbel] aauwjchèn ? in de tijden van het kaas en broodsfpel ? Is het gemeen in onze dagen niet wel zoo wellevende ? Wie kan 'er toch ann twijfelen ?

Nog ééne bijzonderheid de Wellevendheid betreffende, verdient onze opmerking. Was het geene Wellevendheid te noemen van de aloude tijden, dat, wanneer de geboorte van een koning, prins, of vorst verdacht was, men 'er dien zet op hadt, dat men aan den éénen of anderen god zijne wording toekende? De moeders van zulke helden of vorsten werden bezwangerd door eene Godheid,

ARI-

Sluiten