Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 2ï8 >

fk op dien grond niet wel, dat ik het begin maar waagde, audaces fortuna juvat, die waagt, die wint! Is zoo het fpreekwoord niet? Maar vraag mij nu niet te naauw, Lezer! of ik mij ook niet misfchien wel wat verlaten heb op de hulp van weetgraage en vraagzieke Atheniinzer.? En zoo geheel boos zijn evenwel onze tijden niet, of'er is nog wel hier en daar één in een hoekjen, die ook wat vragen kan en wil, om dus zijne kennis en die van anderen te vermeerderen en uit te breiden ?

Behoort niet te recht tot dit gedacht de Schrijver van den volgenden Brief, die aan mij in 't bijzonder gericht is, maar die ik niet kon nalaten mede te deelen omdat ik geene kans zie, om alle de vragen,daar in voorkomende, te beantwoorden! En evenwel fchijnen zij mij vrij belangrijk te wezen; hoe komen zij den Lezer voor i Zo zij hem te geleerd zijn, mag hij doen, gelijk ik gedaan heb. En wat hebt gij dan gedaan, Heer vraag al? Wal lezer ! hoe doet men, als het regent ? Men laat het regenen, doch men vangt zoo veel van het heilzaam vocht op, als mooglijk is, en als men denkt, nodig te hebben! als wij nu ook zoo deeden, wanneer 'er gevraagd wordt? Doch zie hier den brief, zonder eenige verandering ! Zal de Lezer niet zoo wel als ik, in zijn fchik wezen, indien jan vrager ons van tijd tot tijd zijne vragen voorftelt, en mag ik uit naam van den lezer onzen onbekenden vriend niet om deze gunst verzoeken ?

Weledele zeer geleerde heer vraag-al!

Kan ik u wel met een minderen tijtel aanfpreken ? of moest ik Welëerwaardige, Zeer Geleerde, of Hoogeerwaardige Hooggeleerde gefchreven hebben ? zou ik anders ook hebben moeten fehrijven, Weledele Hooggeleerde? 'maar immers hebt gij kennis aan de Hebreeuwfcbe en

daar

Sluiten