Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 236 >

hem zelfs in de publieke of heerfchende kerk. Dominé vraagde haar of zij wel te kerke ging? Neen, was de oprechte biecht; waarö.n niet? uit fchroom voor den Antichrist ! Maar moedertjen! is dan de Antichrist in onze kerk? Maar Dominé! weet gij dat niet ? Zijn 'er geen (loeiezetters en plaatsbewaarers, die met de hand open ftaan, en liever een zestehalf dan een dubbeltjen hebben? En die Antichrist houdt mij uit de kerk. O fantta fimplicitas! o heilige eenvouwigheid, zeide joannes hus, toen hij een eenvouwige boer ook een reisboschjen tot den mutzaard zag dragc.n, op welken hus verbrand zou worden.

Ondertusfchen willen wij jan weetgierig verzoeken , om van tijd tot tijd te vragen , maar ééne zaak moet ik hier nog vragen: Behoort dat je en dat klouwen in zijnen brief ook tot de Bon Ton?

Ei zie, daar hebben wij zoo een zoetvoerigen overgang tot het tweede gedeelte van dit Nommer, en de vraag: Wat is Bon Tor. ? mij gedaan door dien Soldaat, die ons onlangs naar de Confcientie vraagde, en dus luidende:

„Wei nu nog mooijer, Heer vraag-al! nu weet ik net zo veel als eerstens, had ik dat kunnen denken, dat gij mij maar in mijn oude zog voort zoudt laten loopen» en mijn vraag: wat is confcientie? onbeantwoord laten blijven, dan had ik misfchien mijn vraag maar bij mij gehouden, want met gisfingen, en loutere voorbeelden, die de confcientie, (zo zij 'er is) nog meerder aanprikkelen, heb ik niets meê van noden, — dan zeg het is uw gewoonte zo, doch hier namaals beter! In deze hoopc dan mijn Heer, zo hebbe ik wederom den tijd uitgebroken, om op een oud papiljotten papierrjen, dat ik nog van laatst heb overgehouden, toen ik onzen heer Vaandrig frtfeeren moest, wanneer hij 's avonds op een huwlijks-feli.

Sluiten