Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

VRAAGAL.

(_ No. 32.)

Wat is Dankbaarheid?

Wat dunkt u, mijn Heer de vraag-al, dat ik u al weder met eene vraag aan boord kom ? Zou ik u niet al te veel vergen met mijn gebabbel en gewouwel? Maar neen! wie weet, of niet de één of ander van mijne voorvaderen té Atheenen heeft '„'huis gehoord, en dat dus het voorouderlijk bloed mij door de aderen ftroomt, en mij tot eenen weetgraag gemaakt heeft? Zou men toch niet wel deze en gene kwaliteiten van zijne voorvaderen kunnen overerven , goede en kwaacle ? Of nu vragen en een weetgraag te zijn kwaad of goed te noemen- is ? mag wederom als een vraag aan den befcheiden Lezer overgelaten worden. Voor dezen weet ik wel, ftondt het vragen vrij, maar hoe weet ik, of het nog heden zoo is ? Ik heb daar uwe vragen en die van justus armiger gelezen , wat bon ton mag zijn ? Indien het nu ééns tegen de bon ton was, met vragen voor den dag te komen?

Maar hoe het zij, laat ons eens ftellen , dat ik uit Atheensch bloed iet'heb overgeërfd, en dus een erf. weet* gracg, of erf-vrager ben, het bij gevoegde erf klinkt u immers niet vreemd in het oor? Zou ik dan mijn genacht verzaaken? wat is prijslijker, dan dat men het voetfpoor H h van

Sluiten