Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 251 >

of bewimpelen ? was een jongeling, in mijnen dienst, wien ik oprecht en gul alle vriendfchaps-blijken bewezen heb, dien ik, na hij mij eenige jaaren gediend hadt, en wel gelijk ,het fcheen, met hartelijkheid, ten minften met vlijt, door het geven en bezorgen van credit, en het opfchieten van eene aanzienlijke fomme in ftaat heb gefteld, om zijne affaires zelf te beginnen,- hoe nadruklijk, hoe herhaald betuigde mij ingratus deze weldaad nooit te zullen vergeten , en tot zijn laatfien levenstogt dankbaar te zullen zijn. Zijne zaaken gingen voorfpoedig, het gelukte hem eene dochter uit een vermogende familie, wier vader in de regeering was, en veel gezags bezat, te trouwen, en nu duurde het niét lang, of ingratus zat ook op het kusfen. En hoe meent gij nu, mijn Heeren! dat ingratus zich heeft gedragen ? Niet alleen, dat hij mij en mijne weldaaden geheel heeft vergeten, en niet naar mij heeft omgezien, maar zelfs poogde hij, zoo dikwijls zijn belang zulks mede fcheen te brengen, en hij zijn voordeel of gezag daardoor meende te bevorderen, mij te benadeelen en te onderdrukken; doch dit deedt hij zoo fijn, daiik, geen kwaad vermoedende, dit niet bén gewaar geworden, dan toeq het te laat was Zijn wij Hollanders niet zoo? zijn wij niet te ligtgeloovig? en te onnozel, mag ik wel zeggen, zoodat wij ons menigmaalen bij den neus laten nemen? Eindelijk wilde het ongeluk, dat mijne zaaken eene treurige omwenteling ondergingen, zoodat ik in vrij wat verlegenheid geraakte. Ik befloot nu ééns eene proef te nemen, hoe verre ingratus gedenken zoude aan zijne verpligting jegens mij, die hij met zulke nadruklijke betuigingen zoo dikwijls plagt te erkennen. Ik begaf mij na hem toe, en fchelde aan: de deur werdt mij geopend door een knecht, die 'er nog zoo groen uitzag, of hij gisteren pas in het land was gekomen, want de Heeren H h a ge-

Sluiten