Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 258 >

ders, dan zekere plegtigheid, waar bij men rechtop ftaat, de vingers om hoog fteekt, den hoed onder den arm houdt, en iet belooft of bevestigt, waar aan men zich niet langer verbonden acht, dan tot dat de hoed weder is opgezet. Met één woord het is een kompliment, dat men God maakt." Dus verre ra ben er.

Welke van deze antwoorden mag nu wel het waare en rechte zijn? Zou het ook goed en nuttig zijn , dat in dit punt bijzonder de oude Conftitutie weder in trein gebragt werdt ?

De Joodfche filo zegt ergens: „ Het enkel woord van eenen deugdzaamen is een eed! even vast, onverbreekbaar en waarachtig." Welk een ouwerwetsch denkbeeld! Zoo ouwerwetsch is een plato, en andere wijsgeeren van den ouden tijd, die het voor eenen deftigen man onwaardig keurden, ooit te zweeren, ten ware in gevalle van de uiterfte noodzaaklijkheid, en die in 't geheel den eed niet in geduurig gebruik wilden hebben, ten einde deszelfs heiligheid niet ontheiligd wierdt.

Wij hebben in onzen tijd en in ons land verfcheiden eeden zien doen, en zelfs in 't openbaar afleggen, zoodat de eeden rijklijk vermenigvuldigd zijn, en deze waren alle buitengewoone eeden; buiten en behalven welken 'er zoo veele'gewoone eeden zijn. Om deze reden bekruipt mij de bedenking; is deze vraag wel nodig, wat is een Eed? Zouden dan de menfehen, daar zoo veel eeden gefchied zijn en daaglijks gefchieden, niet weten, wat een eed is? Zouden de ingezetenen dezer landen, die dan een nieuw reglement op de regeering met eenen eed bezworen, dan weder den eed deeden op de oude Conftitutie, dan op het plakaat van den XXVften penning, en die dus aan het eedzweeren gewoon worden, zoo dat men zelfs in fommige gevallen een kruier voor een zestehalf

of

Sluiten