Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eed te zweeren op de pluimen, Dat en z'jn maar minneluimen.

Eéden van fch.'ppers, en beloften van vrijers zijn maar wind, als de nood over is.

Hoort ge wel, meisjens? Indien deze dichters gelijk hebben, en zij zullen toch van dit ftuk wel eenige ervaarenis bezitten , behoort gij dan niet op uwe hoede te zijn? Maar of het iritusfehén door den beugel zal kunnen, als de zaak eens rech; te berde komt, dat een jonge losbol een gul en openhartig meisjen met eeden misleidt? dit is eene andere vraag. Bedenken' die Heertjens, die dus meenen , dat zij hunne wereld verftaan , wel, dat hier in geen roem noch kunst gelegen is?

Fallere credentem non est operoja puellam Gloria.

Het is geen groote kunst, een meisjen te bedriegen, 't Gelooft, al wat ge zegt, al deedt ge niets dan liegen.

Te AMSTERDA M, by

A. BORCHERS en J. W E E G E.

En alöm bij de meeste Boekverkopers, daar dezelve wee. keiijks a ten en een halve Huiver word uitgegeven.

Sluiten