Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

VRAAGAL.

C No. 38. )

Zijn Plegtigheden nuttigt

Zeer waarde vriend vraag-al!

Ik weet,dat gij mij gerechtigt acht,om u zonder meer omflags dus aan te fpreeken, en daarom begin ik nu maar ten eerften , met u te vragen, in hope dat gij daar

op ook nog wat vragen zult. Zijn Plechtigheden

nuttig? ik heb nu tot no. 29 uwer vertoogen gelezen, en zal geen aanmerkingen maken op de wijze, waar op gij mijn brief no 28 geplaatst hebt, daar 'er geen woord Hebreeuwsch, Grieksch, Latijn enz. in gevonden wordt, en gij geen reden hebt, naar 't mij toefchijnt, om vast te ftellen, dat ik bij voorbeeld zelf amo kan conjugeren; of wordt dit niet langer tot den geleerden vereischt! geen blijk vondt gij immers ook van mijne bedrevenheid in da Griekfche en Romeinfche historiën? maar daar fchijnt gij cn uw vriend Weetgraag het ook meê verbruid te hebben! wel ingezien, levert onze vaderlandfche historie ook geene voorbeelden op, van gelijke natuur, als men uit andere historiën bijbrengt? en zoo ja, wat hebben wij dan met al dat Griekfche en Romeinfche te maken ? is dat fmaak? is dat de fmaak der tegenwoordige eeuw? die der voorledene was het! zie maar eens het fiadhuis van Amfteldam; immers zijn daar bijna alle ornamenten en fchilderijen, die men ook onder ornamenten begrijpen moet, van de ouden, van Hebreeuwen, Grieken en Romeinen ontleend? zou Conftantijn Huigens daar op ook gedoeld hebben, toeu hij der ftad een raadhuis toewensch6 Oo te,

Sluiten