Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

VRAAGAL.

(No. 390

Wat zijn Droomen?

Zou het niet zeldzaam zijn, indien 'er in een Weekblad niet gedroomd wierdt? Hebben dat alle vertoog, fchrijvers niet gedaan, van de geringfte prullen tot de eerfte baazen, een steele, een van effen, enz. toe? Hebben mijne Lezers zich dan wel verwonderd, toen zij den Droom van mijnen Vriend jan vra oer lazen in het voorgaande Nommer?

Deze Droom heeft mij aanleiding gegeven tot de vraag: Wat zijn Droomen? welke ik in dit Nommer aan den Lezer wil voordellen, nada<t ik hem een Droom zal verhaald hebben, die mij 's nachts tusfchen den 18 en 19 October, 1789. gebeurd is. Maar waarom de tijd zoo naauwkeurig aangedipt? En als ik daar nu mijne redenen toe heb, en gij dezelve uit het vervolg van dit Nommer niet ontdekken kunt, Lezer! ben ik dan wel oblipaüont perfecta of imperfecta verpligt, u die open te leggen?

Ik droomde, in den gezegden nacht, dat ik mij in eene aanzienlijke Stad, in één onzer Land-provintiën, in zeker huis bevond, alwaar het Predikanten-briefjen of de lijst der predikbeurten op tafel lag; mijne aandacht werdt door de zeldzame en geheel nieuwe inrichting van betP p zei-

Sluiten