Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 335 >

fiand de gedaante van godsvrucht net van pasfe weten aau te grijpen, en is vroom geworden, - nu is hij bij de eenvouwige en oprécht vroome zielen, en zijn deze niet het gemaklijkst te misleidend in beklag. Mevrouw pia heeft hem geld gefchoten, zijne zaaken zijn gered, en ten einde hij, na zoo veel zorgen, een gerust einde levens hebbe met zijne vrouw, is hem door voorfpraak van Mevrouw pia. een Komies-plaats bezorgd, omdat hij vroom is, iri welken post hij nu het Gemeeneland, fchoon hij vroom heet, even zoo naauwkeurig en achteloos dient, als hij te vooren op zijn eigen Comtoir pastte. Heeft callidus niet vernuftig begrepen, dat het hem dienftig was, om te veinzen ?

Verwondert gij u zei ven niet, Lezer! dat ik in dit geheele vertoog nog geene Griekfche en Latijnfche voorbeelden naar mijn gewoonte bijgebracht, en daar uit mijne vragen gevormd heb? Maar begrijpt gij dan niet, dat Wij Christenen zijn, en die arme Grieken en Romeinen waren immers blinde Heidenen ? Als ik nu uit cicero hier aangehaald hadt zijne bekentenis, die hij als wichelaar aflegt, dat zoo dikwijls de ééne wichelaar den anderen op de ftraat ontmoette, zij zich kwalijk van lagchen onthouden konden, om dat zij het gemeene volk zoo loflijk in de kleêren ftaken en bij den neus omleidden? Als ik de geveinsdheden der Griekfche Priesteren, die de Godfpraak van Delfos en Dodone bedienden, als ik de huichelarij der Joodfche Farifeën afgefchilderd hadt, zoudt gij niet zeggen: Wij zijn Christenen?

Als ik gefproken hadt van Paus leo den X. van welk geestelijk Opperhoofd der Kerk verhaald wordt, dat hij, den fchat, die van den aflaat-kraam gekomen was, aan zijne vrienden vertoonende, zou gezegd hebben: Zie eens, welk voordeel ons dat fabeltjen aanbrengt, of van den Kardinaal k^raffa, die in 't jaar 15^6 te Parijs zijne intrede deedt, als het volk, door het welk hij ai zegenende, onder het maaken van het teeken des kruis, heen reedt, voor hem op de knieën viel, en om zijnen zegen verzocht, tegen de geenen, die hem verzelden, volgends den geloofwaardigen du thou, of thua^us , zeide: Wij zullen dit volkjen maar voonhelpen, omdat het toch bedrogen wil worden, zou men dan niet gezegd hebben: Maar onze verlichte eeuw! de Hervorming! Wel nu, is daarmede de godsdienftige geveinsdheid verbannen? Is daarmede de vraag beantwoord, of zij noodzaaklijk, dan verderflijk is?

Nu

Sluiten