Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 371 >

van den Witten Olijfant" te verklaaren. De Koning

van Jrrakanheet „Keizer van Arrakan, bezitter van den Witten Olijfant, met de twee Kenekas of oorfieraaden , en in gevolge van deze bezitting, wettig erfgenaam van Pegu en Brama ; Heer van de twaalf Boyoni van Bengale, en van de twaalf Koningen , welke het hoogde haair van hunne hoofden onder zijne voetzooien leggen." De Koning van Ava gaat nog verder: als zijne onderdanen hem aanfpreken, noemen zij hem hunnen God, en hij zelf gebruikt in zijne brieven aan uitheemfche Vorften den titel van : Koning der Koningen , welken alle andere Koningen onderworpen moeten zijn, als zijnde hij de nabeftaande vriend van alle de Goden in den hemel en op aarde, dat door hunne vriendfchap voor hem alle dieren gevoed en onderhouden worden, gelijk ook alle de jaargetijden hunne ftandvastige beurtwisfelingen hebben; dat de zon zijn broeder is, en maan en ftarren zijne naaste bloedverwanten; dat hij Heer is van de eb en vloed der zee; en ten laatften, dat hij Koning is van den witten Olijfant, en 24 zonnefchermen", enz. De Landvoogdenen Stadhouders dezer Vorsten heeten fomtijds Muskaat van vertroosting en Roos van vermaak enz. Zijn dit geen lieve titels ? Waarom volgt men die in Europa niet na ? Evenwel als zulk een Landvoogd of Stadhouder zich maar in den vijftigften graad met de zon of maan vermaagd fchapt rekende, zou hij geëmpaleerd worden. Is dat niet recht: Wat zijn titels?

Komen u deze titels niet belaglijk voor ? Vraagt gij lezer, waar toe dienen deze titels? Mag ik ééns vraagen? Weten deze Vorsten ook, dat het onkundig gemeen zich aan ijdelheden meest vergaapt, en dat'er maar weinige edele zielen zijn, die de dwaasheid van deze titels inzien? Moet ik dit niet daar uit befluiten. om dat, zonder deze reden, de Europijche Vorsten die Oosterfche immers niet zouden nabootzen ? En doen zij die echter niet, alfchoon zij weten, dat verftandige mannen zich door het gebrom van titelen niet laten beweegen of roeren. Een Spaansch Gezant las ééns aan Prins Maurits een zeker Staats - ftuk voor, aan welks hoofd de titels van zijnen Koning alle in aanzienlijke menigte Z z 2 pronk-

Sluiten