Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 397 >

vrij gloeiende. Het wezen van dezen jongman mishaagde den vorst indiervoegen, dat hij hem den verfchriklijkften flag om de ooren gaf, die ooit in zijn gebied gegeven was. De minnaar vatte een' tang op, en fioeg den vorst een gat in het hoofd, zoo dat hij naauwlijks het leven behieldt, en waar van hij nog een lidteken draagt. De verfchrikte minnares fprong het venfter uit, en brak een been, waar van zij nog tegenwoordig kreupel gaat, fchoon zij, behalven dit, eene fraaie geftalte heeft. De minnaar werdt ter dood verwezen, omdat hij een' vorst het hoofd aan ftukken geflagen hadt. Gij hkunt over den ftaat. der prinfesfe oordeelen, toen men haaren minnaar naar de galg leidde. Ik heb haar dikwijls gezien, toen zij in de gevangenis was; zij fpiak nooit anders dan van haare ongelukken.

Waarom wilt gij dan, dat ik aan de mijne niet zou denken? vraagde de bedroefde. Omdat men 'er niet aan denken moet, antwoordde de Filofoof, en omdat, daar zoo veele groote vrouwen ongelukkig geweest zijn, het niet betaamlijk is, dat gij u wanhoopig aanftelt. Denk om hekuba, denk om niöbe! Ach! zeide de vrouw , zo ik gelijktijdig met haar geieefd hadt, of met veele andere fchoone princesfen, zoudt gij denken, dat, zo gij, om haar te vertroosten, haar mijne ongelukken verhaald hadt, zij naar u gehoord zouden hebben ?

Weinige dagen hier na fterf de eenige zoon van den Filofoof, waardoor hij van droefheid bijna het leven verloor. De vrouw, welke hij vertroost hadt, ftelde eene lijst op van alle de vorsten,, die hunne kinderen verloren hadden, en deedt ze hem brengen; hij las dezelve, vondt ze zeer naauwkeurig, doch fchreide niet minder. Drie maanden hier na ontmoetten zij elkander , en waren verwonderd, elkaêrzoo welgemoed te zien. Zij deeden een fraai ftandbeeld voor den tijd oprechten , met dit opfchrift: aam den vertrooster.

Is het wel alles geduld, wat daar voor gehouden wordt ? zijn 'er niet zekere grove zielen, die in grove ligchaamen huisvesten , en die geen gevoel hebben van rampen of onheilen, zoo min als van fmaak in vreugde? Gelijk aan den Samejetd en Laplander, wier hartstogten Ccc 3 door

Sluiten