Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% \ DE BELEGERING van

magdalena.

Neen/ dat behoeft juist niet;want daar is de zaak niet mede verholpen. Is hy uit benaauwdheid in de kelder gekomen,dan zal hy geen held worden, door er weder uit te gaan. Ik ben er bedroefd om.

karel.

Magdalena! gy behoordet blyde te weezen. Waart gy in myn plaats, en waart gy niet bang, dan zou ik geen achting, geen liefde voor u kunnen hebben.

magdalena.

Wel dat is een aartig gezegde.' Dat is het grootfte

raadzel, dat ik nog ooit gehoord heb. Om

achting en liefde waardig te zyn , zou men bang

moeten weezen? Karei! Karei.' er is immers

geen houwitfer op uw verftand gevallen, die er de gezonde reden uitgeflagen heeft?

karel.

Wat zyn de meisjes toch haastig in het verdenkenen veröordeelen. Neen.' lief kind! myn verftand

is even zo wel in zyn geheel geblccven als myn

hart. Maar laat ik u de historie in haar geheel

vertellen.

magdalena.

Wel nu ja! doe dat eens, gy Advocaat van de helden, die in de kelders kruipen: het zal een aartige historie weezen, geloof ik.

K A»

Sluiten