Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

DE BELEGERINC van

kaptein, telkens drinkende.

Houd fmoel, zeg ik. Ik en myn Vorst zyn

één. ■■■ "■- Zoon van den ouden Jasper.' geef vuur. Er word een zwaare /lag gehoord. Paf! paf.' — pas op, dat de vyand u niet uit da.

handen valt. Die ouwe zwitfers lusten hem ook.— ■

karei..

Om alle ongelukken voor te komen, heer Kaptein » 7.ullen wy deezen vyand maar naar de prifon van onze i maag zenden, nietwaar?

kaptein, drinkende. Vast! — in de prifon, vyand! -- in de prifon, vyand l

van myn Vorst.' Als de Vorst u had, zou hy \

net het zelfde doen. Voort! Voort maar.'

Hy valt in den hoek waar den armen man zit. Wy krygen het te kwaad, op de battery. — ■ Wy moeten gaan leggen.

Tegen den ar mm man. Weg Bedelaar.' - weg oude hondsvot! - weg van' de battery.

de arme man.

i Ja! ik ben ook al een vyand van uw Vorst, nietwaar?! maar ik neem het u niet kwalyk.

kaptein, leggende. Zoon van den ouden Jasper.' - hoor eens hier --

karel.

Wat belieft u. heer Kaptein?

kaj.;

Sluiten