Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?s HERTOGENBOSCH. TONEELSPEL. 37

MUSCADIN.

Reeht zo, Kaatje.' recht zo.- maar wat zal men zeggen; de Franfchen zyn menfchen zonder Godsdienst of grondbeginzels.

CATHARINA.

Gy hebt gelyk, weledele gebooren heer.' >

Maar hebt gy al gehoord, dat men bezig is met capituleeren, en dat de fiad aan de Franfchen zal over. gaan.?

MUSCADIN.

Ja.' daar heb ik zo iets van hooren praaten. ———

Wel nu, Kaatje.' als het zo weezen moet, —

I dan, ■

CATHARINA.

Dan zoud gy er mede te vreeden zyn, niet waar?

MUSCADIN.

Waarom ik zo wel niet als een ander?

v CATHARINA.

Maar gy hebt altyd zo fterk voor Oranje geween-

MUSCADIN.

Dat heb ik ook, Kaatje! dat heb ik ook. Maar ggy begrypt immers, dat luiden van zulk een fatzoen, ten zulk een hooge geboorte als ik ben, de-huik naar d den wind moeten hangen. Van daag ben ik voor Otranje, morgen voor de franfchen. Ik draai met all* 1 winden, en gy zult zien, Kaatje / dat ze my nog op thet kuflchen zullen zetten, waarlyk.

£3 CA"

Sluiten