Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46 DE BELEGERING var-

FODINAKB,

Ik ken uwe denkwyze, beminnelyke Elize) ik ver-.

wagtte niets anders van u. Ik heb my herwaards*

begeeven, om u te toonen welk eene achting ik voor i u heb, en wat vertrouwen ik in u del. De Vaderlander word ongelukkig; verliest al zyn goed: — maar: is het dan met hem afgedaan? is hy dan verlooren?' neen! met bedaardheid en gelaatenheid befchouwt eni draagt hy de onverdiende rarafpoeden; werpt hy zig in i de armen van zyn medevaderlander, en zie daar zyn: ziel getroost, en zyn lyden meer dan de helft verligt of'

geheel verd'weenen! Dir is de huishouding der :

patriotten, die regelregt tegen die der flaaven en dwing, landen overltaat.

ELI ZE.

Braave Ferdinand! ik weet waarlyk niet, wie der grootmoedige zielen het gelukkigst is, die helpt of die geholpen word; wanneer de hulpmiddelen in ons bezit ■zyn, dan behoort er zeer weinig toe, om ze ten gebruiken van onze medemenfchen aantewenden; een dagclyksch hart is er iri fïaat toe; maar hoe zeer moet de ziel van een grootmoedigen zig niet verheffen, om > het hoofd uit de wederwaardigheeden optebeuren . ten einde een weldaad te ontvangen.

FERDINAND.

In dat geval, Elize! ontvangt men geen weldaad: de hulpbewyzende doet flcgts zyn pligt,zo hy het anders

befchouwt, dan is hy geen waar Vaderlander.

Blaar r

Sluiten