Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 )

De Rabbijnen, die dog Leeraars, Vertroosters van hunne Geloofsgenooten dienen te zijn, wier eerfte pligten het is de waare belangen hunner m onderdrukking, en in verachting gedompelde Medebroeders te overweegen, dienden bij zo eene afvraaging, waarvan zij,zo den Ondergeteekenden ter zijde uit >t even gemelde Rapport voorkomt, niet ten eenemaale onbewust zijn geweest; doch de Ondergeteekenden laaten dit aan hun eigen geweeten over; de Rabbijnen dienden de Mo- • tiven daar van te hebben onderzogt; zij miskennen dus die waare belangen, omniet te zeggen, dat zij die trachten te verfmooren, wanneer zjj door een zo beflisfend antwoord, hunne Medebroeders als geheel onnuttig tot de dienften van >t Vaderland durven verklaaren; want die geen, die onbekwaam is , de algemeene zaak te kunnen helpen verdeedigen, verliest veel van zijn aanfpraak om derzelver voorrechten te genieten.

Deze zo ingewikkelde vraag is aan veele bepaalingen onderhevig ; veele Geleerden hebben daar over gefchreven , zo als door bijgaande eerfte Misfive van den Burger bromet, fub L\ A. blijkt.

Wijders vind men' in Duitschland in een zo vermaard Periodiek Gefchrift in de Hebreeuwfche Taal, genaamd Barnafeph of Verzamelaar, cene uitvoerige Verhandeling door de

A 4 Chack-

Sluiten