Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 7 X

» re ftraat geposteert alwaar ik op den Reprefentant te » wachten fiond. Ik had daar niet lang geftaan of ik: „ zag de Reprefentant, die met myn man in eene ge„ heime converfatie was,het huisuitkoomen. — Wie was „ hy? het was geen mannelyke maar een vrouwelyke „ Reprefentant; een allerliefst mooi wyfje die haar zel„ ve aan een naakte rot verbonden had en die mi geen „ brood om te ecten hadden. Ik dacht daar het myne „ van, toen eindelyk de rechte Reprefentant zyn huis „ uit kwam. Ik fprak hem aan, en hy verzocht my dat „ ik den volgende morgen ten negen uuren, maar voor„ al niet vroeger of later wilde wcderkoomeu. — Ik was „ al wederom op myn post. Maar hoe groot was mvne „ verwondering, wanneer de knecht my de boodfchap „ kwam brengen , dat zyn heer my niets te zeggen had. „ 1 oen verloor ik myn geduld; en ik zeide aan de knecht, », dat indien zyn heer my niets, ik hem zeer veel te » zeggen had en hem noodzakelyk fpreekcn moest — de „ boodfchap die ik kreeg was brutaal — wel nu zeide ik „ tot de knecht, vermits uw heer met alle die gekheden „ die ik hem te zeggen heb niet nodig heeft, zegd hem „ dan uit myn naam dut,'toen hy over drie ja ar en met „ zyn naakte k ..... n in de gyfeling te u4mjïerdam voor „ fchulden zat, hy daar misfchien nog zoude gezeeten „ hebben indien ik geen <Jrie honderd acht en tachtig „ guldens voor hem betaald had, na welke fomik tv;ee „ jaaren lang heb wachten moeten. De knecht wilde my op last van zyn heer de deur uit donderen, dog „ daar droeg ik zorg voor. — Na verloop van eenige tyd „ heb ik gehoord dat de waardige echtgenoot van dat „ lief mooi jong wyfje een ambt heeft gekreegen, die „ altoos een vast lid van het geele gezelfchap was." —. Hier eindigde dien Burger, en nu vraag ik op myn beurt of zulk eene behandeling wel met de principes van de Gelykheid, van de Broederfchap , en van de P^ryheid ilrookt? ik vrage aan alle vrienden, aan alle voorltanders van het zuiver Patriottisme of een weldenkend Patriot niet moet fchaamrood worden wanneer hy ziet dat alles zoo fl'echt gehandhaafd word? wanneer hy tegen zyn zelve zegd: „ alles gefchied in de naam van 't volk, en on„ dcrtusfchen wat is dat ongelukkig volk thans?" — Da knypnaars zal misfchien zeggen: „ men moet alles niet „ geloven wat één mensen of wat eenige menXchen zeg„ gen, de nyd, de wangunst, heeft een witte voet by „ hen, eigenbelang zal misfchien de drylveer van hun

„ op-

Sluiten