Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( i3o )

recht boven de Stad, dat het ons het aangenaam onderscheid der «erfcïiifcnde Jaargelden beter leert kennen , Jan de St-rf Hoe veel verliet hy niet, die altyd in de Stad opgefloo.en blyft! Hoe geringe denkbeelden moet zulk iemand van de hargetyden maaken! Hy kan de Lente, Zomer, Hcrft, en Winter door geen ander kenteken van elkanderen onderfcheiden, dan alleen door den verichiüenden giaad van warmte, of koude, dien hy gevoelen moet! Hoe zeer is hy te béklaagen!

De Lente geeft ons gelegenheid tot zo menigvuldige genoegens, dat men ten tyde , als men die geniet, zich zou° kunnen verbeelden, dat er voor de andere Jaargetyden geenenieuwe genoegens konden overblyven. De Zomer komt, en de nieuwe bekoorlykheden , die hy over de gelieele Natuur uitbreid, zullen ons lot dezelfde gedachten tongen. Als ik my aan het vermaak der Lente overgaf, wen^chte ik dikwyls ia myne vrolykheid, dat hy eeuwig duuren mogt. Thans is hy voorby; de Zomer verheugt my , en ik wensch thans zeer dikwyls , het geen naar de befchryving van Opitz de Vogels wenichen, wanneer zy zingen:

Der Voglen ligte volk maakt zynen lofgezang

Roept overluid, en wenscht den Zomer nog zo lang.

Ik geloof, dat het mynen Lezer niet verdrieten zal, indien ik hem eene Ode mededeele, die aan éen myner Vrienden opgedraagen is. Zy. noJi'srt hem , om het vermaak van den Zomer te genieten , en ?\ behaag^ my reeds om die reden, dat zy hem opwekt tot vermaak.

De

Sluiten