Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 152 )

Aan den Jongeling. My.v Heer»

Waarlyk gy hebt, door uw zestiende Vertoog de wereld zwaate Raadzels opgegeeven. Men kent immers dien goeden Heer wel, dm eene goede maag heeft, en toch bleek is; eene jonge Huahoudfter heeft, en toch bleek is. Het was juist niet nodig geweest, dat gy hem onkenbaar hebt zoeken te maaken , door zyne Hmshoudfter jong en aartig te noemen. Het is nu reeds een geruimen tyd geleeden, dat hy eene goede maag gehad Heelt, en nogthans bleek is. Waaróm hebt gy niet tevens zyne Meesteresfe belèhreeven? Zy was nooit bekoorlyk, en echter Hmshoudfter; zy was flordig, en echter Huishoudfter; Hy bad mets; en zy was echter ryk. Wat mag de reden hier van wezen ?

P. S. Ik heb het immers niet mis , dat gy voor eenijaaren hier in de ftad geltudeerd hebt ?

Dat weet ik niet. De Huishoudfter van welke ik gefproken heb , moet geheel jong en aartig wezen; Ik wil het zo hebben, MARTlaLls heeft my dit karakter aan de hand gegeeven (g).

Cf) Prdcre valet Carinus & tarnen pallet Paree bibit Carinus & tarnen pallet.' Bene concoquit Carinus & tarnen pallet Tingit cutem Carinus & tarnen pallet. 1 uellam amat Carinus & tarnen pallet.

Libr. I. ep. 43.

De overige ontvangene Brieven, in ons eerstkomend Vertoog.

Te Leyden by W. H. GRYP.

Sluiten