Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 23 )

Wen misleiden Burgerfchaaren, Woedende als de woeste baaren,

Van het Adriatisch meir, Opgeruid door flangen tongen , Naar der vroomen leeven dongen ,

Steunden zij op God hunn' HEER. Streeft Eusebus door 't nat van onbepeilbre kuilen, Hoord rondsom zich de orcaanen huilen, _

Alom, alom is ftorm: maar kalmte is in Zijn hart; Ook is hij niet vervaart voor donderende wetten.

Hij kent geen knaagend wee van pijnigende fmart, Gij kunt, eer Kaukafus dan zijn bef uit verzetten;

Hij komt 'er langzaam toe: maar tot der daad bereid,

Voert hij die moedig uit, dreunt op voorzienigheid. Neemt hij zich voor de waarheid voor te fpreeken, Of fpijt bedreigde dwang", der vrijheids min te kweeken, "Oi treed hij 't ftrijdperk in, tot heil der Burgerij, Dan rukt hij 't heilig uit de klaauwen van den roover, Stapt met een fier gelaat de ftruikelblokken over,

Hakt duizend knoopen door, en roept: wijnvolk iv?es vrij; , Vergeefsch is 't dat de (tonnen woeden,

En 't menfchelijk gedacht hem gansch alleen laat (taan ,

Hij is zich zelfs genoeg, een waereld mag vergaan , Zijn Grootheid hangt niet af van fchijnbre teegenfpoeden,

En torscht hij veele last, hij voelt zijn waar be(han ,

Smaakt grooter wellust dan in vreugden die vergaan , Al moet hij waarheids zaak voor 't oor der Hel beweeren,

Gij zult hem pal zien ftaan, zien ftrijden Tnum-

. pheeren,

Geen boosheid vreest zijn deugd, fteeds zucht hij

in zijn lot, , \

In ziels rust zalig, en fteeds eenig met zijn God. — Door deeze kracht van geest, die dwaazen dwaasheid noemen,

Steeg Hen och op tot God, ontwijkend dood en

Hij ïtiefhet'aardsch verblijf gelijk het voetzand af. Door haar mogt Elias op gloende rotfen roemen,

Door haar fteeg hij om hoog in zeegenpraal;

zo kan

- De Deugd nog roemen, op een Hemelseh Wagen-

Door

Sluiten