Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 66 )

handelingen, die, in 't afgetrokkene befchouwd, de Kerk

niet aangaan gaan ook U-lieden niet aan, Mijne Heeren.

r^f i I.rerTCre!J k,nderen' de Godgeleerdheid is uw werk,

felee dlSlV e"-t0t WaCh,terS gefteld ' en wat is de Godge eerdheid? zoo niet eene kennis van Gods beftaan, aart,

rT,UTr?ul)nS b?.trekkil'S tot de Schepfelen en van de Schep! leien tot hem, zijne regeering, en de eindens, waar toe hij uZ^ITaT"'^ is dieGodgeleerdheid van znlke eene

"~ Ó! 110ei" mij dan geen mensch ee» Godgeleerde d.e geene oogen heeft om God in de natuur te zien, geen gevoel om in zijne werken eene diepe Staatkunde te ontdekken : wacht u wel uzelven Godgeleerden te noemen, en vermeet u niet een eenig juist begrip van Gods eeuwige vreeën raad te kunnen vormen, zonder Staatkundig onderfcheid ruslchen eene zaaken de verfchillende buiging haarer werkingen te kunnen maaken, van uwe onkunde, in de waare wijsbegeerte, (die een geest van onderfcheiding is) komt het Eerw. Heeren dat halve Philofophen zich tot geheele Vrijgeesten verheffen O- 't Is dan laatstelijk een ijdele vcrfchooning , die gij zoudt willen inbrengen , de Godgeleerdheid is mijne zaak, de Staatkunde niet. De dwaaling, waar in gijlieden verkeert, is van de fchaadlijkfte gevolgen. Draaiing Eerw.- Heeren, maakt ons niet fchuldig; maar zii behoud ons verfchoonbaar.indienze ter goeder trouwe plaats vind en verplicht anderen, die meer licht, (niet meenen te hebben) maar op het ftuk waarlijk hebben, het zelve op den kandelaar te dellen. v

Zie nu hier Eerw: Mannen! dit is een gezond Staatkundig Lcerftelfel, dat de opperfte Macht bij een of veelen berul tende een ondeelbaare eenheid in zich zelve is, werkende in de Maatjchappij door verjeheiden (iuodificatien) van vermoogen en weivoornaamentlijk door diieëerleije buigingen de wetgeevende, de uitvoerende en rechtfyreekende Macht'ge naaint, en die drie modilicatien der opperde Macht hangen alle drie van de opperfte Macht af: maar ze hangen onderhW niet meer van malkander af, dan voor zoo ver zij te zaamen moeten werken om de opperfte Macht te bevestigen De on perfte Macht fteld hen als zijne Minifters in't werk,'maar hij kan naariVlmidenum niet derven,en deeze begrippen van onontbeerbaare noodzaakelijkheid veranderen alle begrippen van dienstbaarheid in hulpe en haudleening: ik geloof niet, dat

ik

(*> Verheffen, dit werkwoord wederhoorig in onze taal gebeezigt, is ook zich neederftorten, even als de Latijnen: Altume piofundem, beezigen.

Sluiten