Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer uitteroeijen is, zoo, (om meer te zeggen) dutdeGod Zelfs dat de Satan Job verzogte, en keerde het kwaad tot 's mans heil , zullen wij daarom dellen dat God de daaden van den Duivel goedkeurde.

Phii-argh. Ik vinde in die Leerreden eene duchtige ■waarheid : mr.ar met een wonderbaare aanteekening verrijkt, van God fpreekende zegt de Prol!': pag. 4I. de Koningen zijn zijne knechten. •— dej Keizer is niet meer dan de Leenman des Almachtigen. —.zijn hart kan hij buigen (ik zou liever dellen) als waterbeekén — zijne Oorlogskracht kan hij verbrecken als. een linnen draad — hij kan ons vrienden en vijanden toezenden zelfs van de eindens der aarde. Onzen God ontziet geene Koningen, hij treedt opThroónen; en Kroonen acht hij niet meer dan dof, (het laatde verdaat de Proff zekerlijk in eenen betrekkelijker! zin,)'t is. anderzins onwaarachtig': maar daar maakt ziin Hoos Eerw. eene aanteekening bij, waarin hij zegt, de Oosterfche keizer der Turken, kon wel eens deezeu Westerfche Keizer der Christenen tot eenen vijand worden, — dit zou in de oo^en van Staatkundigen geen mirakel zijn &c. natuurlijk Onmooglijk is het niet, de Sultan kon zekerlijk bij eenen ónvemoegden nacht fa zijn Harem of Serail die inval krijgen: maar zedelijk moogiijk is 't gansch niet zoo lang de zaaken aan 't Hof van Verfailles en Rusland zoo daan, en ik zou twijfelen of die Staatkundigen wel eens oogen haddenr die dit zoo weinig vreemd zou voorkoomen.

Eugenius. Uit het geen de Heeren gisteren van mijn gezien hebben, blijkt teffens dat dit geen de minsten verandering in de plans des Keizers maaken zou. —

Phileet. Hoor de Proff. hoopt op alle die Bondgenooten naast God, konden wij nog maar op Pruisfen alleen tellen: maar Hemel! hoe ver is het 'er van af, ik laat hem hoopen, en wensch dat hij zich eene Arabuche zirfpreuk herinneren , dewelke hierop needer komt , die de éwen der hoop flicrd heefc de Ellende tot zijn reisgenoot.

Theophilus. Uwe invailen doen mij lachchen , maar teffens het lot der menfchen betreuren: zijn Hoog Eerw. is inderdaad een Man van trouw, van verdiensten, van fentimenten, is het niet ongelukkig dat zulk een Man door li<n"eloovigheid zich meer aan opinien des volks dan aan de redeneeringen der wijzen deunt, terwijl hij over die dingen waar over hij heeft doorgedacht, zeer juist redenkavelt, ftij bemind zijn vaderland, zulks lijd geen twijffel: maarhij miskend de Staatsgedeldheid, hij haspe'd met'de waardigheid der Staaten, want als hij ze pag.30 Rn: eerden ecner Souvereine Natie, genoemt heeft, noemt hij ze pag. 52, m ■ • 1 laats-

Sluiten