Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H* )

Philarch. Hun hoofdgebrek aangaande, wel deegelijk: «aar de modificatie hoe' zij in 't zelve leiden, verfchilt; Prof. Ten Broek dwaalt in 't Borgtochtelijk Lijden van den Godmensch, dit zou hij niet kunnen doen, wanneer hij de Godmenschheid van Christus wel verftond ; Priestlej wil in het geheel van geene Godmenschheid hooren: deeze kent dus geheel den 'Godmensch niet, geene kent hem kwalijk : Prof. Kuiper s haspelt met de Opperllemacht op eene gansch vreemde manier en kend de zaak niet, of kent ze kwalijk, dat kan ik van Prof' van der Marck niet zeg» gen: maar deeze maakt ze afhangebjk van een Capricieus volk, en leert dat de fpreuk een goed Burger erkent deeze sis zijne eerfte plicbi', de tcgenswoordige (iaat der Regeering te bandbouden, niet te willen veranderen, een uit-

vindzel van Tijrannifc'ne Keizers is: Maar alle vier

koomen ze daar in overeen dat zij krank zijn, al is hunne ziekte niet van eren heevige natuur.

Tkbophilus. Uwe manier van redenkavelen herinnert mij aan eene zaamenf praak tusfehen Socrates en /Uabiades, zoo ik meen betijte'id (ittp jrpas-su^uir) dat is, over 't Gebed, alwaar die wijze leert, dat alle zotten onvoorzichtig •n alle die Ligchaa melijke gebreeken hebben krank zijn: maar dat krankheid en onvoorzichtigheid in allen niet eene zelfde maat en hocigte hebben, en zoo gaat het hier ook.

Philarch. Gij herinnert UI. Plato alzo, Theophilus, en doed 'er mij aan herinneren , en dus moet ik over van der Marei nu ook nog een loodje in 't zakje leggen —'tkan wel weezen dat van de tijd der R. Keizers't een fpreekwourd is EEN GOED BURGER HANDHAAFD DE TEGENSWOORDl GE STAATSGESTELTENIS EN WIL GEENE VERANDERING: maar de zaakelijke inhoud van 't zelve beweert mijn Plato reeds in de zaamenfpraak tusfehen Crit i en Socrates betijteld fj irtfï jrpax. toJ) of wat^te doen staat, welke zaamenfpraak in 't ille jaar der 05de Olimpiade dat Ao. 4318. na de Juliaanfche periode, dat is het jaar der Waereld 3543. en voor Christus 440. jaar, gehouden is, en Rome heeft geene Keizers gekend dan 32 voor Christus Geboorte, en Plat» dunkt mij kan geen vleijer van Vorsten geweest zijn, o( herinnert gij u niet, dat hij uit Sijncufe gebannen is, om dat hij zich tegens de de Tijranie verzette, Maar ik zie Jacob binnen koomen, wij moeten gaan eeten Heeren)

Inderdaad wij wierden geroepen, en gingen fpijzen, nu was o»j gebrek algemeen, alles had 'er deel jn, «n daar

de

Sluiten