Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia. DE GRAAF VAN RENNENBERG,

VIERDE TOONEEL.

RENNENBERG, VAN DEN BERG.. VAN DEN BERG.

Ik fta verzet, mijnheer! ik moet uw vrindfchap eeren. *k Zag nimmer met meer roem een' fterfling zich verneêren: Alleen om trouw te zijn aan één* hooghartig vrind, Verwerpt ge een' konings gunst, blijft flaaf van 't volksbewint, En, dat noch vreemder is, gij zult haar koel begeven Die waarlijk u bemint, den wellust van uw leven, Ja, waagt haar aan 't gevolg van 't knagend liefdevuur.

RENNENBERG.

Vrind! nooit beminde ik meer dan in dit doodlijk uur,

VAN DEN BERG.

Haar' vaders flaking, graaf! zal haar van hier verdrijven.

RENNENBERG.

Mij minnend', dringt zij hem om haar te laten blijver;.

VAN DEN BERG.

Hoewel Velascoos hart zijn dochter teer bemint, Hij is, gij weet dit zelf, niet min een koningsvrind, En, *t is u wél bewust, uw liefde ftaat hem tegen; Denkt gij- dat haar gevlei zo zwaar bij hem zal wegen, Dat, daar gij hem deez' dag uit uwe magt ontflaat,

Sluiten