Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 15

Maar aan deez' vrinden, niet in hoog bewint geftegen,

Df niet tot list gel-hikt, is ons niet veel gelegen,

Dan voor zo verr* hun wrok, die wij behendig voên,

-Het burgerdwangjuk voelt, dat wij hen voelen doen.

De burgerij en 't graauw zijn waarlijk, door alle eeuwen,

ITwee niets beduidende en noodzakelijke leeuwen,

^Gekluisterd in de boei des fterflings die hen leid;

Spebrul en huilen ftaan aan zijn behendigheid.

EEen monster dat zo licht zich fchoppen laat cn ftreelen,

sis waard'g dat alom de grooten daarmeê fpelcn.

iWat wonder dat men hier aan een gedrocht zo laf,

"De fchoone vrijheidpop een wijl ten fpeeltuig gaf,

Daar 't aan de grooten ftaat, na zij den vorst doen bukken,

De handen van 't gemeen dat fpeeltuig weer te ontrukken,

llemantlertde in 's volks oog zelfs de ongehoordfte daad,

Biet afzigt van geluk en hoog belang van ftaat!

De fchrandre Naslau heeft geen vijandfehap begonnen,

Wó&c hij, door de edelen, de voiksftem had gewonnen;

IVóor dat men dus op nieuw iets met dit volk beginn',

B 't noodig dat de list het hart der grooten winn',

Die, altijd trots van aart, in *t hoog bewint gezeten,

ZZich, door hunn' invloed, lichtst iets groots bij 't volk vermetc_f.

Wïcn ftook' hunne afgunst aan, men vlei hun zelfbelang,

[Op dat één enkle leeuw hier duizend leeuwen vang*.

ALVARO.

[Hebt gij geen heerfchend zwak in Rennenberg gevonden?

Sluiten