Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. &

fAan Spanje, als vrind beftaan, maar niet als afgezant, IVertrouwend' dat mijn prins, door zucht tot u gedreven, Eén' flap tot uw geluk mij gunstig zal vergeven. Maar, ongeveinsd gezegd, daar gij de oprechtheid acht, ifeeg mij, wat hulp gij toch van mijne voorfpraak wacht ? IVelasco mint zijn' vorst, is trouw aan zijn belangen, 'Zal hij zich door mijn taai, hoe fireelend', laten vangen.' iMij toelfaan dat hij 't zelfs ééns neme in zijn beraad, Dat hij een' fchoonzoon kiez' die fnood zijn' vorst weêrftaat ? li.en' man die hier een' prins verheven door den degen, sÉoelzinnig boven zich ten zetel ziet verheven ? &en' man die al zijn' dienst baldadig ziet veracht ? idch tergend ziet mistrouwd ? gedreigd door wapenkracht ? j, die voor een' gezant, die licht hem komt trotferen, idch mooglijk meer dan ooit laaghartig kan verneêren ? ooe zwak dat uitzigt is, vertrouw nochtans op mij; lalaar denk wie meer u acht, de locze prins, of wij.

DERDE TOONEEL.

RENNENBERG.

.Doorliepen hoveling! gij kent mijn diepe wonden; innoodig was 't mijn hart u klaar te doen doorgronden, t ben door 't hof verrast. Hoe reden ons gebied',

liefde breekt haar juk, die drift vermomt zich niet; to hartstogt laat niet licht zich door den mensch bedekken ; C

Sluiten