Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

DE GRAAF VAN RENNENBERG,

En onze magt voor die van Nasfau mogt bezwijken, Zal niet de wankle raad van 't mij betrouwde land, Zich houden aan den prins, en Utrechts eendragtband ? En wat heeft dan de vorst aan Rennenberg gewonnen ?

ALVARO.

Om nu te vrcezcn, graaf! hebt gij te groot begonnen. Ik prijs nochtans uw zorg: zij toont eene inborst aan Gefchikt om met beleid de ontwerpen gae' te flaan. Schoon zulk een man al eens mogt ongelukkig wezen, Hij heeft in 't ongeluk niets van een' vorst te vreezen, Die toen zijn groote vloot door ftorm en pest verging, En hij van dezen ramp 't geducht bericht ontfing, Koelzinnig zei: „ De mensch heeft overleg en reden, „ Het ftaat in zijne magt een goed ontwerp te fmeeden, „ Tot zo verre is hij vrij; maar, ondanks'tfcherpstverftand, „ Geluk en ongeluk zijn niet in 's menfehen hand." Doch fchoon gij in den ftrijd mogt eenig nadeel lijden, De prins, die Parma moet op Brabants grond beftrijden, Heeft toch in 't hart des Jands, door uw roemwaard' bedrijf, Ter gunst van Parmaas magt, één' vijand meer op 't lijf; En Spanje rust zich toe, om op de Zeeuwfche ftrocmen, En op Westfricslands grond, den muiter op te komen. Acht ge u tot zijne ftraf noch niet genoegfaam fterk, Geef hem in 't hart des Iands voor eerst Hechts duurzaam werk, En wacht, wat de uitflag zij, van Spanjes grooten koning, En van de liefde, graaf! erkentnis, en belooning.

Sluiten