Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 40

•j, foetaerdigbeid, fy en wilt niet dat men fich ohde* „ haeren naem vernielt ofte vervvoeft; ende ter con„ trarie de moniken en de priefters , die hunne mc„ deplightigè fyn, maeken van defe goede religie „ eene pligt van bloet te ftorten ende grouwel dae„ den te begaen ; aldus belluyte ick noch eens dat „ Godt Keyfer tyk is.

„ 40. In 1787 (1) hebben de Patriotten hun gewae„ pent om hunne vryheyt te verdeedigen, dewelcke „ fy valfchelyk meynden dat den Keyfer hun foghte „ af te nemen, fy hebben hun als dan wel gedrae„ gen, fy hebben felfs in hun geuragh eenige edel-

moedigheyt betoont: maar heden, nu de moniken „ hun opgehitft hebben om de waapenen weder te „ neemen, ende dat fy hun felfs voor hoofden van „ de rebellie hebben verklaert; en liet men niet an„ ders als voorwerpen die affchrik inboefemen aen die, „ perfoonen der patriotten die daar van niet veiwit„ tight en fyn, voorwerpen van doodflaegen ende ,, moorderyen. ' Soo dat het alleenel-yk door mifdae„ den ende vrcedigheeden is dat fy foeken hunne „ plightige voornemens te volbrengen. Godt en kaa „ hun fekerlyk fulke verfoyelyckheden niet bevelen „ nochte inboefemen, aldus 'belluyte ick alnog dat „ Godt Keyferlyk is.

„ 50. Den Keyfer heeft dickwils vergiffenisfe gege„ ven aen die van fyne onderfaeten die lig fyne vyan„ den hadden verklaert door het opdoken van het „ volck tot de beroertens. Hy heeft met gedult wel „ willen lyden dat fy fyne goedertierenheyt op foo „ eene verkeerde wyfeuyt geleyt hadden, dat fy hem „ daer door de deught van goet en fachtmoedigh t» „ fyn afnaemen. Daer in heeft hy fig veel beter ge„ toont als de Priefters die noyt en vergeven (dit „ fpreekwoort is foo wel bekent aen de Patriotten als „ aen de Keyferlycke) aldus befluyte iet dat God& „ Keyferlyk is.

„ 6 . Dea

(1) „ Daer fyn weynige Volontaircn van 1787 de „ welcke fich onder den flandaert der moniken hebbett „ begeven ; en daer fynder noch minder , ja felfs » mifchien geene van alle de patrtotten, de ive/ke „ de afgryfelycke .faemèn - Jweer'mgen die men ent* „ dekt heeft niet en goeman ende mifpryfen.

Sluiten