Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graauw te beteugelen. Aan deze grootheid van ziel was het Franfche garnizoen zyn behoud verfchuldigd, en juist toen het zo moeiëlyk geworden was, om hun krygsvolk tc verhinderen , dat het geen misbruik yan de zege maakte, betoonden de overwinnaars zich derzelve ten volflen waardig.

Daar de Hertog van Brunswyk my dc eer deed, yan my met geheel zyn gevolg een bezoek tc geven, betuigde hy my zyne verwondering over den hardnekkigen tegenftand, dien ik zonder gefchut, met eene zo zwakke bezetting, en in eene ftad, welke in geen opzigt houdbaar Was , geboden had. Dusdanig eene berisping was voor my te verëerend, cn tevens door de Republicaincn, waar over ik de eer had, het bevel te voeren, tc wel verdiend , dan dat ik den Pruisfifchen Bevelhebber niet zou geantwoord hebben , dat: — zo het my niet aan dc noodige krygsbehoef„ ten gemangeld, en het graauw zich niet oproerig „ gedragen had , het langer zou geduurd hebben, eer „ hy te Frankfort binnen gerukt was, en dat, terwyl „ ik dc bevelen van mynen Chef ware nagekomen , „ der Franfche foldaten enkel met hun moed cn vaJ} dcrlandsliefde geraadpleegd hadden in een tydsges, wrigt, wanneer hun niets anders , dan deze, meer „ overig bleven.'" —Na my nog verfcheiden andere vleiënde verzekeringen gegeven te hebben , wilde de Hertog zich wel aan den wederftand herinneren , die hem te Amfteheen, by gelegenheid van het binnen rukken der Pruisfen in Holland, in 1787, geboden was, waar by hymy over de verfchansfingen cn verdere werken onderhield , die ik omfireeks Amjleldam had doen opwerpen. Hy zegde my hier omtrent ongemeen

ver-

Sluiten