Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n W :-c

twaalf overige ftaatsgevangen Officieren, myn verzoek, om ontflag by den Koning van Pruisfen en Land-Graaf

Van Hesfen-Casfel.

Uit het antwoord , het welk de Koning van Pruis^ fen ons den 6 deed geven , (28.) vernamen wy, dat, daar de afgevaardigden van Frankfort aldaar te rug gekomen waren, wy ophielden, langer flaatsgevangen te zyn, cn dat onze krygsgevangenfchap mede een einde nemen zou, zodra men flegts kon goedvinden, de Pruisfifche Officieren, die zich als krygsgevangenerj in Frankryk bevonden, uit te wisfelen.

Den 19 en 25 fchreef ik aan den Minifter van Oor*' log , Beurnonville, en zond hem copievan het bovengemelde antwoord des Konings van Pruisfen. Der* 9 Maart hernieuwde ik myn verzoek by den Minifter, ten einde de uitwisfeling der wcderzydfche krygsgevangenen mogt tot ftand gebragt worden.

Uit dit alles blykt onbetwistbaar, dat ik noch tyd, poch moeite (paarde, ten einde myn ontflag cn uitwisfcling te verwerven, en men zal dus ligt begrypen , dat iemand, die zo berispelyk gehandeld had, als Custine my deed voorkomen , geenzins met eene zo 011verzcttelyke halihrrigheid op zyne terugkomst naar Frankryk zoude aangedrongen hebben , indien hy zich in de daad iets te verwyten had. Ik hield niet op met het ftrengfte onderzoek tc vorderen, hield niet op, te verzoeken , dat men my voor de vierfchaar bra°r doch Custine daar tegen ftond my niets anders, dan kerkcr-bewaarers toe. Wel verre van my voor eene wettige rechtbank tc roepen, hield hy my daar van geftadig verwyderd, en, wanneer alles het hem tot een pligt maakte, om myn gedrag te doen onderzoeken, vef-

zette

Sluiten