Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)•( 2I4 X

hem onwrikbaar, ook zelfs, wanneer de rampen op hem woeden mogten. Indien een zo ontneetbaare en verbaazende rouw het Fransch Gemeene-best mogt overdekken, alsdan zouden deszelfs hoogfte Overheden , deszelfs Legerhoofden , deszelfs Krygslicden, deszelfs Burgeren — allen zouden zy het met nieuwe kragten verdedigen , allen zouden zy het door nieuwe overwinningen wrecken.

Zo hoog is in de daad de trap van roem , waar toe gy opgefiegen zyt, dat gy thans de cenigfte fterverling moogt genaamd worden, die uwen dood met onverfchillighcid kunt befchouwe. Gy bewoont thans , men kan zich dit niet ontveinzen , ccn grond, die fteeds voor groote mannen noodlottig was. ■ Weleer heeft Africa een Hannibal cn een Pompejus, een jtntonius cn Cato zien fneeven . . . Zoude uwe asfche, zoude deze dan ook in Egyptcn moeten rusten-? . . . Neen, eene ftrcelende hoop is ons nog fteeds vergund: dan, wy koesteren dezelve met ccno bekommernis, welke noodwendig met ccn zo onfehatbaar verlangen onaffcheidclyk moet gepaard gaan.

O gy, Befchermgoden der Vryheid, waakt over een leeven, het welk zo menig maaien ter uwer verdediging werd in de waagfchaal gefield; dwingt den moed van Bonaparte om eindelyk eens zelf voor zyn leeven bezorgd te zyn; fchenkt dezen jongen Held aan het Fransch Gemeene-best cn de daar mede verbonden vrye ftaatente rug— of, zo het befluit des noodlots het dus gewild heeft, dat deze andere -jicht'lles in den hloei van zyne jaaren worde weg gemaaid, verleent dan voor het minst aan deze Gemeeno-bcstcn

een

Sluiten