Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ D R A G E N

TOT HET

MENSCHELIJK GELUK, i.

Welke mag de reden zijn, dat wij ons doorgaands zo weinig uit

onze vroege KINDSHEID j

bunnen ERINNEREN?

IHÏet is, als of de Natuur den onvolkomen ftaat onzer eerfte aanwezigheid, met opzet, voor ons heeft willen verbergen; dewijl zij ons, over het geheel genomen, buiten ftaat ftelde, om ons.de eerfta indrukken en ervaringen van ons leven te binnen te brengen.

Hoe nuttig, hoe belangrijk zoude het ondertusfchen voor den mensch zijn, konde hij de orde en opeenvolging zijner allengskens verkreegen zinlijke denkbeelden—laat ik liever zeggen, de allerëerfte ruuwe mengelmoes zijner begrippen — overzien!

Wanneer wij het daadlijk werkzaam vermogen van onze ziel ïn onze allervroegfte jeugd ons konden erinneren, en ons de allerëerfte aandoeningen van voorwerpen buiten ons, en het allerëerfte be* wust zijn van ohs zeiven daardoor, te binnen bren* ÏI.D4.S, a «n.

Sluiten