Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-CO-

gen, zouden wij, buiten twijfel, in de allerëerfte ontwikkeling van onzen geest, een aanmerklijk licht bekomen, daar wij nu, bij mangel aan dit vermogen, dan eerst op ons zeiven leeren letten, wanneer wij reeds een goed gedeelue van onze leevensreize hebben afgelegd. — Ook zoude het ons als / dan ligter om te verklaaren vallen, hoe de mensch, die, ten opzigte zijner bekwaamheden, in den beginne door de dieren verre overtroffen wordt, zich, binnen een' korten tijd, wederom verre boven dezelven verheft; hoe hij de konst, om zijne begrippen door teekenen aan elkander te hechten, en aan anderen medetedeelen, zoo fpoediglijk aanleert, daar toch deze konst reeds het werklijk nadenken over het regte gebruik dier teekenen vooruitftelt; hoe hij , sv& bloote zinlijke denkbeelden, eerstmaal overging om zich afget rokken begrippen te vormen, enfmaak kreeg in voorwerpen der befchouwinge voor zijnen geest.

Zoo gemaklijk het zich laat zeggen , dat wij alle onze kennis, door middel van de zinnen bekomen, en dat de eerfte afgetrokken denkbeelden, bij Kinderen , zoo wel als bij de diepzinnigfte Wijsgeeren, aan het gebruik der zinnen haren oirfprong fchuldig zijn; zoo weinig kunnen wij echter de wijs, op welke zij eerst ontftaan, bepaalen, juist daarom, omdat wij ons den eerften loop onzer denkbeelden, en derzelver onderling verband, niet meer kunnen erinneren, en niet meer weten, welke grondbetrekkingen van onze denkbeelden wij toen doorgaands volgden, en welk donker gevoel van zelfsbelang de werkzaamheid onzer ziele toen in beweginge bragt.

Zo»

Sluiten